Programma

13:15 uur 13:45 uur Lezing Esmeralda van Boon - “Ook hier hoor je de meest fantastische verhalen”

Esmeralda van Boon maakte tv-reportages vanuit de conflicthaarden in het Midden-Oosten. Nu leidt ze de noodopvang voor vluchtelingen in de stad Groningen. Op de Dag van de Groninger Geschiedenis geeft Esmeralda een lezing in het kader van het thema Grenzen. Een introductie.

Haar meest memorabele grenservaring betrof Libië. “Onder Khadaffi was dat een land waar journalisten niet mochten komen”, zegt Esmeralda van Boon. “Nadat de revolutie was uitgebroken, wilden we er heel graag in. We stonden bij de Egyptische grens en stapten een totaal onbekend land binnen. En daar stonden rebellen die ons uitbundig welkom heetten. Ze hielden een foto van Khadaffi omhoog, expres op de kop. Het was een en al euforie. Zij waren blij dat wij de grens over kwamen en wij waren blij dat we Libië binnen waren.”

Dat was een warm bad, maar ze maakte het ook heel anders mee. “Ik wilde vanuit Israël naar de West Bank, naar Jeruzalem en heb zes uur zitten wachten. Er kwam een Israëlische soldate, een vrij jong meisje, naar me toe en ze vroeg: “Waarom wil je naar Jeruzalem, je bent nog nooit eerder hier geweest”. Door het lange wachten was ik geïrriteerd en ik zei iets te vlug: “Ik overweeg vaker te komen als jullie me wat gemakkelijker binnenlaten”. Ik dacht dat ik het daarmee verbruid had, maar even later mocht ik toch die grens over – als allerlaatste, want daarna ging de doorlaatpost dicht.”

Esmeralda van Boon, foto: Pepijn van den Broeke Esmeralda van Boon, foto: Pepijn van den Broeke

Sluipschutters

Ze werd geboren in de stad Groningen, verhuisde als kind naar Haren en studeerde Moderne Midden-Oosten Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Die studie”, zo verklaart Van Boon, “sprak me aan omdat die zeer divers was, met aandacht voor geschiedenis, cultuur, talen en politiek.” In een Arabisch land was ze nog nooit geweest en ze had er ook geen familie wonen. Ze kwam er pas als student, voor stage en studie in 2001 en 2004. In dat laatste jaar begon haar journalistieke carrière, die haar naar conflictgebieden als Darfur, Libië, Gaza en Irak bracht, waar ze menigmaal hachelijke toestanden meemaakte. Het meest in de piepzak zat ze aan de grens met Gaza, vertelt ze: “Niemand verwachtte dat het zo zou escaleren, maar er vlogen Israëlische F16’s over, die dichtbij, op zo’n 150 meter afstand, bommen lieten vallen. Je moet dan laag blijven, maar dan nog – ik had geen kogelwerend vest aan.” In Tripoli lag ze onder vuur van sluipschutters, al besefte ze pas later het gevaar. “Weet je, op het moment zelf giert de adrenaline wel door je lijf, maar pas bij het terugzien van de beelden voelde ik de spanning. Dat was na de reis, bij Knevel en Van den Brink. Ze lieten een fragment zien dat we hadden gefilmd, en het is raar, maar toen ging mijn hartslag behoorlijk omhoog.”

Toch is ze niet verslaafd aan de spanning, meent ze. In 2011-2012 maakte ze de serie Voorbij de Arabische Lente, in Jemen ontdekte ze dat ze zwanger was. “Mijn vriend heeft me nooit een strobreed in de weg gelegd, maar toen hebben we thuis besloten dat ik niet naar Syrië ga, mocht ik daarvoor worden gevraagd.”

Fietsles

Ietwat ironisch is het dan, dat ze nu vrijwel dagelijks Syriërs tegenkomt. Sinds oktober vorig jaar is ze immers locatiemanager van het COA voor de Noodopvang in Groningen-Zuid, waar momenteel 410 vluchtelingen wonen. Haar werk bestaat uit veel regelarij en het onderhouden van externe contacten, maar ze komt ook graag op de werkvloer om te kijken wat er onder de bewoners leeft. In de buurt was er nauwelijks weerstand tegen de opvang – veel vluchtelingen willen hier ook graag blijven, vertelt ze: “Ze hebben hier hun netwerk en bezigheden. Dat is het fijne van Groningen – al in de eerste week na de opening begonnen er in de buurt voetbaltrainingen. Ook was er eind december een eat and meet, waarbij buurtbewoners mensen hier kwamen ophalen om bij hen thuis te eten. Een overweldigend succes – we hebben nu nog profijt van de contacten.” Inmiddels gaan de kinderen naar school: “Het is ongelooflijk hoe snel die kleintjes Nederlands kunnen spreken. Dat ze nu naar school gaan geeft ze gewoon hun leven terug, het geeft ze structuur, ze kunnen eindelijk weer kind zijn. Net als Nederlandse kinderen gaan ze op de fiets naar school. Daarvoor hebben ze eerst allemaal fietsles gehad.”

Het werk met vluchtelingen hier is meer in de luwte dan het journalistieke werk in conflictgebieden. Soms mist ze dat nog wel, geeft ze toe: “Maar het werd tijd voor een nieuwe uitdaging en die bekendheid hoefde niet zo voor mij.” Bovendien is er een overeenkomst tussen haar werk van nu en dat van toen: “Ik ben ook hier geïnteresseerd in mensen en dan zowel de bewoners als de medewerkers. Ik mag mensen graag uitvragen: wie ben je en wat drijft je? En ook hier hoor je de meest fantastische verhalen.”

Terug naar het programma