ga naar navigatie

Lezing Friedeman Rast

Een Oostfries die als ‘buur’ is uitgenodigd om over het thema ‘geloof en bijgeloof’ te spreken, heeft een eervolle, maar moeilijk uitvoerbare opdracht. Enerzijds is hij geen ‘exoot’; anderzijds ook geen ‘gelijke’, aangezien er van hem verwacht wordt vanuit Oostfries perspectief iets te vertellen, waaraan Groningers hun historische ervaringen kunnen spiegelen.

Tussen de buren aan weerszijden van de grens – het Oldambt en het westelijk van de Eems gelegen Reiderland – bestaan duidelijke tegenstellingen op het gebied van politieke en geloofsovertuiging. De toehoorders worden vandaar meegenomen naar enige geschiedkundige ontwikkelingen in het Oostfriese die daarbij aansluiten: de nawerking, tot op heden (!), van de grenzen van de Middeleeuwse bisdommen; het over het algemeen bizarre verloop van de door de overheid van bovenaf ingevoerde Reformatie en ten slotte het reeds eeuwenlange ‘heikele’ samenleven van Oostfriese Calvinisten en Lutheranen.

Als basis voor de inleiding in het inheemse geloofsleven en volkskarakter dient een constatering van Karl Siedhof, rector van het Auricher Gymnasium, in 1844: ‘Ungeachtet der Ruhe des Temperaments habe der Ostfriese gern religösen Schwärmern und Mystikern ein williges Ohr geliehen’.

De inleiding wordt afgesloten met aandacht voor de opleving van protestantse religiositeit en ‘politiek bijgeloof’ bij de nationaal-socialistich gezinde ‘Deutsche Christen’ in Oostfriesland. Daarbij veroorzaakten enkele pastors als kerkelijke protagonisten van de nationaal-socialistische ideologie veel onrust onder de gemoederen in de streek.

Friedemann Rast (1946, Sandhorst bij Aurich) voelt zich, hoewel zijn ouders Oost-Pruisisch Oostenrijks waren, Ostfries tot op het bot. Zijn kinderjaren bracht hij door in Südbrookmerland. Een schoolreisje was de aanleiding voor zijn al meer dan veertigjarige band met Nederlanders. Vanaf het moment dat hij als bovenbouwscholier een cursus volgde aan de Auricher Duits-Nederlandse Volkshogeschool wist hij dat hij zich zijn verdere leven wilde bezighouden met alles wat geschiedenis en cultuur van Ostfriesland te maken heeft.

Hij studeerde Duits, Geschiedenis en Pedagogiek in Göttingen en Kiel, en was in die tijd tevens agrarisch reisleider en freelance journalist. Sinds 1975 is hij docent Geschiedenis en Duits aan het Gymnasium van zijn vertrouwde Aurich. Waar dat maar mogelijk is, legt hij 'Ostfriese' en 'Nederlandse' accenten in zijn lessen. Hij ziet zijn schrijven van boeken als logische aanvulling op zijn werk als leraar.

13.45-14.15 Zaal 1 en 14.30-15.00 Zaal 3, Cascadeplein 10